Wij zijn een natie van “leners” De schuldenberg neemt hand over hand toe

 In Blog
Amsterdam, november 2020 Pieter Knabben

In zekere zin mag dit geen verrassing zijn. In de voorbije tien jaar is Nederland immers vooral een natie van leners en kopers geweest, niet van spaarders. Het spaar percentage per persoon zakte in elkaar van 9 procent in de jaren tachtig naar 3% in de jaren negentig. Tussen 2005 en 2007 bleef daar gemiddeld 0,6 procent van over. De schulden per huishouden stegen aanzienlijk sneller dan de inkomsten. Hoe had hun nettowaarde in die omstandigheden kunnen stijgen?

Toch geloofden de Nederlanders tot voor kort dat ze almaar rijker werden. Ze ontvingen immers overzichten van hun beleggingen in een variatie van aandelen en obligaties, glossy prospectussen die verkondigden dat hun huizen en aandeelportefeuilles sneller in waarde stegen dan hun schulden. En als het naïef lijkt dat heel wat Nederlanders écht geloofden dat ze eeuwig aan de monsterinkomsten konden terugdenken, aan de invloedrijke stemmen die dat nieuws hebben verkondigd. Ze lachten met hen die zich zorgen maakten over lage spaarcijfers en hoge schulden.

Plóts drong de werkelijkheid door en bleken de mensen die zich zorgen maakten, wel degelijk gelijk te hebben! De waardestijgingen van de aandelen en de onroerend goed sector was fictief, een illusie, maar de stijging van de schulden was een feit. Bijgevolg zitten vele Nederlanders nu in de financiële problemen en de problemen zijn volgens mij veel groter en ernstiger dan de meeste mensen zich nu realiseren. Ik heb het niet enkel over de almaar kleinere hoeveelheid waarzeggers die blijven beweren dat de economie een van de komende weken wel weer zal aanzwengelen.

Vicieuze cirkel.
De financiële en economische problemen zijn wijdverspreid. Iedereen heeft het over de banken: die zijn er inderdaad slechter aan toe dan de rest van het systeem. Maar de banken zijn niet de énige instelling met teveel schulden en te weinig bezittingen: De DSB Bank van Scheringa is daarvan een goed voorbeeld. Mensen opzadelen met torenhoge schulden, terwijl de dekking onvoldoende is om bij een openbare verkoping van het onderliggende onroerend goed alle schulden af te kunnen lossen.

Jaren geleden waarschuwde ik voor de gevolgen van de te snelle economische groei, te vergelijken met de jaren dertig. Dingen die mensen en bedrijven ondernemen wanneer ze beseffen dat ze te veel schulden hebben, zijn zelfvernietigend als iedereen ze tegelijkertijd onderneemt. Pogingen om goederen te verkopen om schulden af te lossen, doen de marktwaarde van de goederen nog meer kelderen.

Bijgevolg daalt de nettowaarde nog sneller. Pogingen om meer te sparen leiden tot een ineenstorting van de marktvraag, en vergroten economische uitputting. Zijn de beleidsmakers in staat om deze vicieuze cirkel te doorbreken? In principe wél.
Regeringsafgevaardigden zien de ernst van de situatie wel in. “Ze moeten de schadelijke spiraal van potentiële deflatie inperken”., is mijn advies.

In de praktijk blijken de huidige maatregelen ontoereikend voor deze uitdaging. Het fiscale en financiële herstelplan zal zeker enige soelaas brengen. Maar waarschijnlijk doet het niet veel meer dan de economische neveneffecten van de schulddeflatie verzachten.
Het lang verwachte reddingsplan voor de banken heeft bovendien meer verwarring dan vertrouwen met zich meegebracht.
Bankkoersen op de beurzen kelderen flink.

Er is hoop dat de redding van de banken op termijn tot een sterker gegeven zal leiden. Het was bovendien interessant om de gedachte van een tijdelijke genationaliseerde bank te zien evolueren van een versiersel naar een collectief begrip. Maar als ze uiteindelijk niet doen wat er met de banken gedaan moet worden, is dit slechts een tijdelijke oplossing.

Nog jaren duren.
Als u wilt weten hoe de economie uit het slop van de schulden getrokken moet worden, denk dan even aan de grootschalige sociale programma dat we de Tweede Wereld Oorlog noemen. Deze periode maakt een einde aan de Grote Depressie. De oorlog leidde niet alleen tot volledige tewerkstelling. Ook de inkomsten stegen snel en de inflatie bleef beperkt, terwijl de privésector nauwelijks geld leende.

Tegen 1945 bereikte de regeringsschuld zijn hoogtepunt, maar de schud van de privésector ten aanzien van het BNP was maar half zo hoog als in 1940. Deze lage schulden hebben bijgedragen tot de grote naoorlogse economieboom.

Maar aangezien die oplossing nergens op tafel ligt of binnenkort zal liggen, zal het nog járen duren vooraleer gezinnen en bedrijven de schulden kunnen aflossen die ze zo vrolijk hebben opgestapeld. De kans is groot dat de illusie, ons decennium, een lange pijnlijke, uitputtingsstrijd gaat worden.

Ook de privésector likt haar wonden, miljarden moeten worden terugbetaald, geleend geld, dat allang is geconsumeerd, opgemaakt aan dure auto’s, verbouwingen, auto’s en aan vakanties.

Bedrijven gaan failliet onder de zware schulden last en de banken en de aandeelhouders likken nu hun wonden. De Belastingbetaler is uiteindelijk de klos. Collectief lossen we de komende jaren alle schulden af.

schuldenberg

Recent Posts

Start typing and press Enter to search

Laster smaad en belediging plato and socrates